HET SEIZOEN VOORBIJ

HET SEIZOEN VOORBIJ

Op zondag 31 mei 2015 vond Het seizoen voorbij plaats. De eerste editie van een exclusieve open dag voor de vaste bezoekers van het Nationale Toneel, de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui. 

In de Koninklijke Schouwburg kregen ruim 400 vaste bezoekers zondag een unieke kijk achter de schermen. Programmeurs van de theaters vertelden hoe een seizoen tot stand komt, jonge talenten werden ondervraagd over hun prille carrière, Theu Boermans ging De Vloer Op met een aantal acteurs en enthousiastelingen konden zelf aan de slag in een workshops tekstlezen en een horrorworkshop van Jakop Ahlbom. 

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -39_3

Tijdens Het seizoen voorbij stelde Eric de Vroedt zich voor aan het Haagse publiek met een mooie toespraak à la Obama;

Goedemorgen dames en heren.

Een aantal weken geleden werd ik door de organisatie van deze dag benaderd met de vraag of ik bereid was om aan het begin van deze Open Dag een bijdrage te leveren en wel in de vorm van een speech ‘a la Obama’. U hoort het goed, de vraag was: we willen graag dat je een speech komt doen maar dan wel graag een beetje zoals Barack Obama dat zou doen. En om de lat nog wat hoger te leggen, schreef men in de mail: “een toespraak met impact dus! Het hoeft niet lang, 15 minuten. Over de noodzaak van kunst bijvoorbeeld.”

Toen ik deze vraag een aantal weken geleden kreeg heb ik deze met veel bravoure beantwoord: “ja, natuurlijk, hartstikke leuk, ik doe mee!”. In die tijd werkte ik in Duitsland aan een voorstelling waar mijn hoofd mee vol zat en ik dacht: een Obama-speech in de Koninklijke Schouwburg op zondagochtend – dat komt wel goed. Oh, hybris! Tot ik de afgelopen week – na mijn Duitse première – thuis achter m’n computer zat en ik mij ineens realiseerde wat ik mij in godsnaam op de hals had gehaald.

Een speech a la Obama! Even een speech doen zoals de meest getalenteerde politieke speechers van deze tijd. En het zweet brak mij uit toen ik op internet nog eens de meeslepende speeches terugzag waarmee Barack Obama u en mij, sinds 2004 betoverd heeft. Ik moet u bekennen dat ik bij het zien van een speech van Obama regelmatig tranen in mijn ogen kreeg. Wat een charisma, wat een opzwepend en visionair verhaal. Hij durft persoonlijk te zijn, lardeert zijn verhaal met tot de verbeelding sprekende details, speelt schaamteloos in op emoties, die ook à la minute loskomen, en kan als geen ander een oprecht verbindend wij-gevoel tot stand brengen. "Change will not come if we wait for some other person or some other time. We are the ones we've been waiting for. We are the change that we seek.” Dat soort werk.
Yes, we can! Ja, maar kan ik dat ook?

Ter geruststelling schreef de dame van de organisatie mij de afgelopen week: “Als je 15 minuten te lang vindt...minder mag ook hoor. We zitten toch al vrij krap in dat uur. Dus als je iets schrijft wat je binnen 10 minuten kan doen, ook helemaal oké.” Maar nog steeds graag een beetje zoals Barack Obama dat zou doen.

Ik heb nog 6 minuten, geloof ik…

Ze konden Barack Obama kennelijk niet zelf krijgen voor deze Open Dag – waarom eigenlijk niet? – dus dan maar Eric de Vroedt - een beetje ‘a la Obama’.
Gelukkig staan we in een theater. En als ik het zou durven, zou ik het volgende zeggen:
Voor u staat de achterkleinzoon van Jan de Willigen, geboren op Sulawesi in 1865 en Abigail J. Limba, geboren op Ambon in 1878.

Voor u staat de kleinzoon van Eddie de Willigen, jazztrompettist te Batavia, die in de jaren ’30 met zijn Brown Sugar Babies de hele Indische archipel afreisde, totdat hij met z’n hele band in een Jappenkamp eindigde waar hij in 1943 te vroeg stierf.
De kleinzoon ook van Dorothea Getrud Bamsch – of oma Truus zoals wij altijd zeiden – de meest swingende oma van het Noordelijke halfrond, die eind jaren ’40 hertrouwde met een Joodse KNIL-soldaat en met haar kinderen migreerde naar het verre en koude Nederland. Die haar kleinkinderen decennia later nog regelmatig meesleurde naar de Pasar Malam hier op het Malieveld en mij de geneugten leerden van Saté Kambing, de magie van de wayang kulit en de gamelan.

Voor u staat de zoon van Aad de Vroedt, geboren te Rotterdam-Zuid in 1939, bouwvakker, architect, avonturier, jazz-fanaat, topkok, dronkenlap, cynicus. En de zoon van Patricia de Willigen, geboren op Java in 1940, de vrouw mij naast het leven ook mijn grootste liefde schonk: de liefde voor theater.

A la Obama, zou ik dan het volgende zeggen:
Voor u staat een man die als schooljongen in de jaren ’70 zijn ogen uitkeek bij de voorstellingen van jeugdtheater Wiedus! in het Piccolo-theater te Rotterdam. Die in de coulissen stond te gluren bij de musicals en shows waaraan zijn tante meewerkte in de jaren ’80. Wat een kitsch, wat een bizarre kapsels, maar wat een geweldige show! De jongen die op de lagere school zo graag de allergrappigste wilde zijn, omdat ie dacht dat dát toneelspelen was. Die daarom door zijn moeder maar op een clownscursus werd gezet – zodat al die drang tot grappigheid een beetje werd gekanaliseerd in een cursus op zondagochtend.

Voor u staat de man die als puber niks liever deed dan toneelspelen (en grappig zijn), maar later zeker politicus ging worden, de late opvolger van Joop den Uyl! Die Joop de Uyl zo ongeveer de Barack Obama van zijn tijd vond. Die op 15 juli 1988 – een half jaar na de dood van Den Uyl – in zijn dagboek noteerde: “ je mag de PvdA nooit in de steek laten!” Die echter voor dit dubieuze lot werd behoed door zijn toneelleraar uit die tijd.
“Waarom wil je zo graag politicus worden? Je kan zo naar de toneelschool, het theaterleven is het mooiste wat er is, waarom in hemelsnaam de politiek?”
“Omdat ik heel geïnteresseerd ben in politiek, ik lees elke dag het Vrije Volk, ik ben tegen kernwapens, tegen de VVD, tegen Janmaat”
“Ja, maar waarom wil jij zelf zo graag politicus worden?”
“Omdat ik dat altijd zo indrukwekkend vind, hoe een politiek leider zijn boodschap kan overbrengen, hoe ie een zaal, een congres, de televisiekijkers kan betoveren met zijn woorden. Ronald Reagan, Neil Kinnock, John F Kennedy – dat soort werk.”
En toen deed mijn toneelleraar de allerslimste uitspraak in mijn leven:
“Maar dat heeft allemaal meer met theater te maken dan met politiek”.
Ik wil maar zeggen: misschien had de dame van de organisatie helemaal niet zo ongelijk met de vraag of ik vandaag een Obama-speech wilde geven. Ik heb stiekem altijd een Obama willen zijn, een politicus die een hele zaal kan meeslepen in een droom, een toekomstvisioen, een samen beleefde emotie, een diep besef dat ons allen uit onze dagelijkse beslommering omhoog trekt. Maar zoals mijn toneelleraar terecht zei: dat heeft meer met theater te maken dan met politiek. Meer met kunst dan de met werkelijkheid. Meer met fantasie dan met de feiten.
En daarom hou ik vandaag geen Obama-speech – als ik dat al zou kunnen. Omdat u en ik geen speeches nodig hebben om onszelf op te tillen. Omdat u en ik niet zitten te wachten op statements, grote woorden of een vlammend betoog. Omdat u en ik zitten ons hele leven misschien al vooral zitten te wachten op theater.

Want als ik Obama was zou ik hier vandaag vlak voor mijn neus de Hoop ontwaren. Hoop is: 400 man die op zondagochtend naar de schouwburg komen omdat ze zich verheugen op het volgende theaterseizoen. Hoop is: 400 man die zich verkneukelen op de prachtige Shakespeares en Tjechovs die gaan komen, die een glimp hopen op te vangen van de schitterende nieuwe teksten die nu geschreven worden, die niet kunnen wachten tot het doek weer opgaat en onze Pierres, Jorissen, Halina’s en Hannahs hele werelden voor ons toveren. U bent de hoop van deze surrogaat-Obama: u die weer en wind teistert, koopzondagen en verjaardagsfeestjes afslaat, omdat u simpelweg brandt van nieuwsgierigheid naar wat het theater u volgend jaar biedt.

U bent het die in tijden van hyper-individualisering de gezamenlijkheid opzoekt om gebroederlijk van theater te genieten. U bent het die in tijden van verregaande digitalisering de voorkeur geeft aan bloed zweet en tranen in plaats van downloads, bits en pixels.

En als ik u hier zo samen zie, liefhebbers, kritische fans, fijnproevers, connaisseurs, op zondagochtend ben ik ervan overtuigd, het theater in deze commerciële, virtuele en kille tijden zal blijven doorgaan met ons te verwonderen, te troosten, te verheffen, te verleiden, te verbinden. Yes, we can! 

Guido de Moorprijs 2015

169074-NTSeizoen Voorbij _De -Schaapjesfabriek -2015-_7_-7c 07b 3-original -1433077290_2

Tijdens deze geslaagde eerste editie van de open theaterdag Het seizoen voorbij op zondag 31 mei 2015 reikte wethouder van cultuur, Joris Wijsmuller, de Guido de Moorprijs uit aan Sallie Harmsen. Zij kreeg de prijs voor haar rollen in Polleke, Vrijdag en Tasso. De Guido de Moorprijs is bestemd voor het meest veelbelovende jonge acteertalent van het Nationale Toneel (tot 35 jaar) en is een initiatief van de Vrienden van de Koninklijke Schouwburg en het Nationale Toneel. De winnaar wordt elk jaar door het publiek gekozen. Aan de Guido de Moorprijs is een geldbedrag van €2500,- euro verbonden. 

Lees hier meer over de Guido de Moorprijs.

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -53_1

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -61_1

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -56_1

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -62_1

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -28_1

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -60_1

NT-Seizoen -voorbij 2015_De -Schaapjesfabriek -50_1